Welke historische informatie?

De databank in het onderdeel Huis bevat de gegevens uit de registers van de Zestendelen of het oud kadaster van de stad (1580-1800), bewaard in het Brugse Stadsarchief. Per huis werd elke verkoop, hypotheek, erfdienstbaarheid, inbeslagneming, enz. chronologisch bijgehouden. Voor elk huis waarvan de gegevens uit deze registers zijn verwerkt vind je:

  • Het oud kadasternummer: dit verwijst naar de registers van de zestendelen (1580-1800). De stad was bestuurlijk ingedeeld in zes secties: Sint-Jans, Sint-Donaas, Onze-Lieve-Vrouw, Sint-Jakobs, Sint-Niklaas en Carmers. Per zestendeel werd een reeks registers opgemaakt waarin elk huis één startpagina kreeg. Het oud kadasternummer verwijst naar deze startpagina. Bv. JAN/0245 is het huis in het Sint-Janszestendeel op pagina 245.
  • Het Oostenrijks huisnummer: dit was de eerste nummering van huizen in Brugge, ingevoerd in 1790. Dit gebeurde toen niet per straat maar per wijk. Een huisnummer bestond toen uit een sectieletter, een wijknummer en een huisnummer. Bv. B7/24 is het 24ste huis binnen de 7de wijk van de sectie B. Deze Oostenrijkse huisnummers waren tot 1866 in gebruik en staan vermeld op het kadastraal plan van Popp van 1865.
  • Het kadastraal perceelnummer van 1835, het moment waarop het hedendaags kadaster werd opgestart
  • Het huidig adres, met straat en huisnummer
  • De geschiedenis van het huis: verkoop, hypotheek, eigenaars, ...

Naast de informatie uit de registers van de Zestendelen zijn ook de databanken met informatie over beschermingen, archeologische gegevens, kunstwerken, architecten, oude cinema's te consulteren.

Welke historische kaarten?

De 19de-eeuwse kadasterkaarten die betrekking hebben op het Brugse stadscentrum zijn allemaal getekend op een schaal 1/1000.
De oudste kaart is het zogenaamde Plan Napoleon van 1811-1812, opgemaakt door vier Franse landmeters: Dabencourt, Gerbaulet, Maurel en Vasseur. De opmetingen werden in juni 1811 opgestart en in mei 1812 was de volledige stad in kaart gebracht.

Daarna beschikken we over twee oorspronkelijke kadasterplannen opgemaakt naar aanleiding van de opstart van het Belgisch kadaster in 1830-1835. We hebben het dus over het primitief plan I van 1831 (onvolledig) en het primitief plan II 1835.

De uitgegeven lithografische kadasterplannen van P.C. Popp omvatten voor Brugge twee edities, namelijk één van 1854 en één van 1865. Deze laatste is gebruikt om samengevoegd te worden met de Popp-kaarten van de deelgemeenten en de Brugse randgemeenten. De 'Popp-kaarten' van het stadscentrum zijn getekend op een schaal 1/1000 en dateren. Afhankelijk van de deelgemeenten zijn de oorspronkelijke kaarten getekend op een schaal van 1/5000 ofwel 1/7500 en dateren uit de periode 1842-1850.
 
Het meest recente kadasterplan van de binnenstad, dat is gegeorefereerd, komt uit stadsbezit en dateert van 1889.
In het onderdeel Kaart wordt deze set nog aangevuld met een uitgebreide en diverse set oudere historische kaarten vanaf de 16de eeuw tot later: o.a. de kaart van Marcus Gerards uit 1562 of Sanderus uit 1641.

Korte geschiedenis van de kadastrale perceelsplannen

Brugge werd in 6 kadastrale secties ingedeeld van A tot F. Deze indeling was gebaseerd op de middeleeuwse stadsindeling, met name de Zestendelen. De kadastrale perceelsplannen zelf, werden opgesplitst in 20 kaartbladen waarbij de kaarten ingetekend werden op een schaal 1/1000.

Door de steendrukker en oud controleur bij het kadaster P.C. Popp, werden de kadastrale perceelsplannen in 1854 gegroepeerd tot de zogenaamde 'Atlas Cadastral’  bestaande uit 10 kaartbladen elk op schaal 1/1000. Van deze atlas werden lithografische afdrukken gemaakt, met de bedoeling om deze zogenaamde 'Popp-kaarten' aan geïnteresseerden te verkopen. Een tweede herziene versie van de 'Atlas Cadastral' werd in 1865 uitgegeven. 

Korte toelichting over de Zestendelen

In de Registers van de Zestendelen werd vanaf 1580 per huis alle informatie opgetekend over de opeenvolgende eigenaars en over de hypotheken die op elk huis rustten. Deze registers werden bijgehouden tot het eind van de 18e eeuw. Ze vormen het oud kadaster van Brugge, een unieke bron voor het Brugse historisch huizenonderzoek. Deze prekadastrale gegevens werden bijgehouden per zestendeel, dit was een bestuurlijke indeling in zes stadskwartieren.


Op 21 november 1579 werd bij Hallengebod bekendgemaakt dat voortaan alle transporten van en lasten op onroerende goederen dienden te worden geregistreerd. Dit was niet het gevolg van een koninklijk plakkaat, zoals vroeger foutief werd aangenomen, maar het ging om een eigen initiatief van het Calvinistisch stadsbestuur (1578-1584). Het is duidelijk dat dit recente bestuur met nieuwe regels hun gezag wilde vestigen en een eind wilde maken aan de vele ongeregeldheden. Zo was het schering en inslag dat bij de verkoop van een huis de renten of hypotheken werden verzwegen. Met de aanleg van de Registers van de Zestendelen wilde men in een woelige periode de rechtszekerheid rond een eigendom waarborgen. Daarnaast creëerde het stadsmagistraat met deze registers een uitstekend werkinstrument om tot een betere inning te komen van verschillende belastingen op de huurwaarde of de verkoopprijs van huizen.
Binnen ieder zestendeel kreeg elk huis, molen of heester een genummerde bladzijde in het register. De opsomming van de opeenvolgende gebouwen en gronden gebeurde op basis van de ‘cirkels’: dit waren wijken of huizenblokken binnen elk zestendeel, in totaal 119, die bestonden uit een aantal straten of delen van straten. Bovenaan het blad werd het huis gesitueerd met verwijzing naar de straat, straatzijde, de toen gekende eigenaar en huisnaam. Daaronder volgde dan de chronologische opsomming van alle akten van verkoop, schenking, inbeslagneming of hypotheek betreffende dit pand. Was een bladzijde volgeschreven, dan ging men verder op het eerstvolgende nog onbeschreven blad met verwijzing van de ene naar de ander bladzijde. Zo kan je door meer dan 200 jaar huizengeschiedenis bladeren. 

Studiedag

Naar aanleiding van de lancering van de vernieuwde website kaartenhuisbrugge.be organiseerde Erfgoedcel Brugge ism Stadsarchief Brugge, Raakvlak (de intergemeentelijke dienst voor archeologie in Brugge en Ommeland), Dienst Monumentenzorg en Erfgoedzaken en het Bruggemuseum een studiedag op 4 november in de Vriendenzaal van het Groeningemuseum te Brugge. Doel van de dag was, naast de voorstelling van de vernieuwde website, ook bruggen te bouwen en inspiratie te bieden aan diverse partners die momenteel of in de toekomst graag willen werken rond geografisch historische erfgoeddata en/of tools.
Hieronder hebben wij alle presenaties van de sprekers gebundeld. Voor een overzicht van het programma, klik hier.  
 




Presentaties

Geschiedenis en geografie, hand in hand door het digitale landschap: een stand van
zaken van de historische geografie in Vlaanderen en Europa en een blik op de toekomst
Joeri Robbrecht (Agiv/Geopunt) - klik hier.

Van ‘Huizenonderzoek’ naar ‘Kaart en Huis Brugge’: werking van de (ver)nieuw(d)e
website rond historische kaarten en huizenonderzoek
Jan D’hondt (Stadsarchief Brugge) - klik hier.

Lancering van MAGIS, het digitale kennisplatform rond de kaart van Marcus Gerards
Elien Vernackt (Bruggemuseum) - klik hier.

'Kaart en Huis Brugge': van administratief geoloket tot tool voor historische geografische informatie
Peter Heymans (Cevi) 
- klik hier.

Vlot van start met je HisGis-project
Bert Lemmens (Packed) 
- klik hier.

‘Kaart en Huis Brugge’ als tool in het hoger onderwijs (Frank Gelaude, Universteit Antwerpen) - klik hier.
 
De mogelijkheden van HisGis in het secundair onderwijs (Luc Zwartjes, Vereniging
Leraars Aardrijkskunde) - klik hier.

Het onderzoek van middeleeuws Brugge via MAGIS (Bram Vannieuwenhuyze,
Caldenberga/KU Leuven) - klik hier.
 
De stadsvijver van Brugge gelokaliseerd met ‘Kaart en Huis Brugge’ (Ernest Vandevyvere) - klik hier.

Secularisatie van kloosters: onderzoek naar stedelijke transformatie in Brugge toegepast op kaartenhuisbrugge.be (Reinout Klaarenbeek, KU Leuven) - klik hier.
 

Groeten uit Drenthe: ‘Kaart en Huis Brugge’ als potentiële gids voor apps en
cultuurtoerisme (Jan Bos en Vincent Stedema, Drents Archief) - klik hier.

Van ‘Kaart en Huis Brugge’ tot ‘Stadssleutel van de Toekomst’: kaarten als
communicatietool voor burgers en (stads)diensten (Fran Bambust, CIBE communicatie,
imagineer) - klik hier.

Sprekers

Joeri Robbrecht loopt al ruim twintig jaar mee in de sector van de geografische informatie in Vlaanderen. Als industrieel ingenieur, specialiseerde hij zich in toegepaste computerwetenschappen rond grafische systemen, cartografie, remote sensing en GIS. Momenteel werkt hij bij het Agentschap voor Geografische Informatie Vlaanderen, waar hij in 2011 projectleider werd voor de uitbouw van de Geografische Data-infrastructuur Vlaanderen, en onder meer verantwoordelijk voor de ontwikkeling van Geopunt (www.geopunt.be)
Geopunt is de centrale toegangspoort tot geografische overheidsinformatie en het uithangbord van het samenwerkingsverband voor geografische informatie in Vlaanderen (GDI-Vlaanderen). Het portaal richt zich naar een breed en divers publiek: van burgers op zoek naar een geschikte bouwgrond tot de GIS-coördinator of het studiebureau die een milieu-studie wensen uit te voeren. Geopunt maakt laagdrempelig gebruik van geografische informatie door zowel overheidsinstanties, burgers, organisaties als bedrijven mogelijk. Het vormt het Vlaams knooppunt in een Europese geografische data-infrastructuur en voldoet aan de vereisten van de Europese INSPIRE richtlijn.
Het Agentschap voor Geografische Informatie Vlaanderen (AGIV) bouwt samen met haar partners de Vlaamse Geografische Data-Infrastructuur uit. We realiseren integreerbare oplossingen voor het efficiënte gebruik van geografische informatie door overheidsinstellingen, bedrijven en burgers.

Jan D’hondt (1962) studeerde Geschiedenis (UGent) en Archivistiek (VUB). Sinds 1987 is hij als wetenschappelijk medewerker verbonden aan het Brugse Stadsarchief waar onder andere digitalisering en historisch huizenonderzoek onder zijn bevoegdheden vielen. Sinds 2009 is hij als archivaris aangesteld. Hij stond in 2008 mee aan de wieg van huizenonderzoekbrugge.be en in 2013 archiefbankbrugge.be.
Het Stadsarchief van Brugge is één van de oudste en inhoudelijk rijkste stadsarchieven van België. Sinds 1988 is het ondergebracht in de oudste vleugel van het voormalig landhuis van het Brugse Vrije op de Burg. Het Brugse Stadsarchief heeft de laatste decennia een zeer goede faam opgebouwd op het vlak van dienstverlening, erfgoedwerking en digitale ontsluiting. Naast de uitbouw van een virtuele leeszaal met archiefbankbrugge.be is ze telkens één van de belangrijkste partners voor de Brugse erfgoedwebsites zoals beeldbankbrugge.be, historischebronnenbrugge.be en kaartenhuisbrugge.be.
 
Elien Vernackt studeerde in 2011 af als historica aan de Universiteit Gent. Haar masterthesis behelsde een studie over de groene ruimte in het zestiende-eeuwse Brugge. De digitale analyse van de kaart van Marcus Gerards was toen al het uitgangspunt. Elien startte met het project MAGIS Brugge aan de KU Leuven en werkt nu bij het Bruggemuseum. Ze digitaliseerde de kaart van Marcus Gerards, hielp de MAGIS-databank mee uitdenken en voerde al heel wat interessante informatie in over middeleeuws Brugge.
MAGIS Brugge plaatst de geschiedenis van middeleeuws en zestiende-eeuws Brugge op de kaart van Marcus Gerards. Na een volledige digitalisatie van de kaart werd een databank ontworpen om allerhande informatie aan de kaart te kunnen koppelen. De Brugse handel en ambachten werden zo letterlijk op de kaart gezet. Het project werd geconfronteerd met enkele hindernissen van technische en methodologische aard. Maar na een veelzijdig denkproces is MAGIS Brugge nu als boeiend product geïntegreerd in kaartenhuisbrugge.be. Een vrijwilligersnetwerk wordt uitgebouwd om verdere invoer ook in de toekomst te verzekeren.

Peter Heymans is licentiaat Geografie (UGent, afgestudeerd in 2001) en is Projectmanager GIS bij Cevi (Centrum voor Informatica). Hij ontwikkelde mee het HisGis-platform voor kaartenhuisbrugge.be vanuit de voorlopen huizenonderzoekbrugge.be.
Cevi werd in 1971 opgericht als subregionaal informaticacentrum voor provinciebesturen, gemeenten en OCMW’s in Oost- en West-Vlaanderen. Cevi levert ICT producten en diensten (Informatie & Communicatie Technologie) aan voornamelijk (lokale) overheden en aanverwante besturen zoals politie, brandweer en interlokale samenwerkingsverbanden.

Bert Lemmens is Researcher bij PACKED en o.a. verantwoordelijk voor het beheer van de CEST toolbox en PREFORMA. Voordien werkte hij als onderzoeker voor de Stichting ArchiAfrika, als registrator voor het Nederlands Architectuur Instituut en als medewerker van het project HOPE voor AMSAB-ISG.
PACKED vzw Expertisecentrum Digitaal Erfgoed speelt een centrale rol in de ontwikkeling en verspreiding van kennis over digitalisering en digitale archivering in de Vlaamse en Brussels cultureel erfgoedveld. PACKED streeft daarbij naar de voortdurende verbetering van de kwaliteit en efficiëntie van digitaliserings- en archiveringsprojecten.
Zo beheert PACKED de Cultureel ErfgoedStandaardenToolbox (CEST) waarin informatie verzameld wordt over standaarden, software, richtlijnen en praktijkvoorbeelden voor digitalisering. En PACKED initieert en participeert in talrijke Europese digitaliseringsprojecten, zoals DCA, AthenaPLUS en PREFORMA. 

Frank Gelaude (1953) studeerde geologie en bodemkunde aan de UGent en werkt als aardrijkskunde leraar aan het Koninklijk Atheneum van de Voskenslaan te Gent.
Sinds 2000 is hij verbonden aan de masteropleiding Monumenten- en Landschapszorg (Universiteit Antwerpen), als assistent-lesgever van vakken over geomorfologie, bodemkunde, historische geografie, cartografie, natuursteen en landschapszorg. Hij werkt momenteel aan een interdisciplinair doctoraatsonderzoek over de hydrografie van het middeleeuwse Gent aan de hand van o.a. historische kaarten.
Sinds 2009 lid van de Koninklijke Commissie Monumenten en Landschappen (KCML), bestuurslid van de Gentse Vereniging voor Stad, Archeologie, Landschap en Monument (GVSALM) en voorzitter van de Heemkundige en Historische Kring Gent.

Luc Zwartjes (1964) is leraar aardrijkskunde aan het Sint-Lodewijkscollege Brugge en onderzoeker aan de vakgroep geografie van de Universiteit Gent. Ook is hij lesgever aan de gidsenopleiding bij CVA Spermalie. Sinds 1986 was is hij als leraar betrokken bij de introductie en implementatie van ICT en e-learning in het onderwijs.  Hij is momenteel voorzitter van de Vereniging Leraars Aardrijkskunde (VLA), bestuurslid van de European Association of Geographers (EUROGEO) en verbonden met de taskforce iGeo die elk jaar de internationale geografie olympiade organiseert. In 2010 verleende de Katholieke Universiteit Leuven hem de titel “Fellow of Geography”.
VLA - Vereniging Leraars Aardrijkskunde, opgericht in 1976, is de spreekbuis van afgestudeerde geografen en leerkrachten aardrijkskunde in Vlaanderen en heeft tot doel de aardrijkskunde en het onderwijs in de aardrijkskunde te stimuleren.

Bram Vannieuwenhuyze (1980) is doctor in de geschiedenis en werkt momenteel als freelance historicus voor de vereniging Caldenberga (www.caldenberga.be). Hij is tevens als research fellow verbonden aan de Onderzoeksgroep Geschiedenis van de Middeleeuwen van de KU Leuven (www.arts.kuleuven.be/middeleeuwen). Hij is gespecialiseerd in middeleeuwse en vroegmoderne stadsgeschiedenis, historische toponymie en historische cartografie. Hij is één van de initiatiefnemers en begeleiders van MAGIS Brugge.

Ernest Vandevyvere (1933) studeerde voor Burgerlijk Conducteur aan de toenmalige RUG. Van 1957 tot 1995 werkte hij bij de TMVW aan het hoofd van de exploitatiezetel Brugge. In de jaren 1980 begon hij een bescheiden verzameling oude prentkaarten en spitste zich toe op kaarten van Brugge waarop openbare pompen voorkomen. Dit leidde tot een studie over de vroegere drinkwatervoorziening te Brugge en een publicatie in 1983. Ernest is stadsgids bij de Koninklijke Gidsenbond van Brugge en West-Vlaanderen, lid en vrijwilliger bij de werkgroep Enter van het Brugse Stadsarchief en was ook enkele jaren secretaris van Levend Archief.

Reinout Klaarenbeek (1981) studeerde sociale-geografie (Universiteit Utrecht) en deed een master Erfgoedstudies (Vrije Universiteit Amsterdam). Daarna werkte hij een jaar bij archeologisch adviesbureau Raap alvorens hij aan de slag ging als Freelance onderzoeker. Zijn belangrijkste aandachtsvelden zijn historische stadsontwikkeling, GIS en erfgoed. Tussen 2012 en 2014 werkte hij mee aan het HisGis project van de Universiteit Antwerpen, 'GisTorical Antwerp'. Vanaf oktober 2014 is hij verbonden aan de KU Leuven waar hij werkt aan zijn doctoraat in het kader van het FWO-Vlaanderen onderzoeksproject “De Herverkavelde stad: stedelijke transformaties na de secularisatie van kloosters in België 1773-1860.”

Jan Bos (1953) is Rijks- en gemeentearchivaris en producteigenaar van Annodrenthe.
Vincent Stedema (1975) is applicatiebeheerder van Annodrenthe en was nauw betrokken bij de totstandkoming van het platform.
Over Annodrenthe. Beleving op locatie, dat is wat het Drents Archief wil bieden. Of dit nu buiten op straat of in de natuur is, of binnen in de monumentale bezoekerslocatie. Met dit doel voor ogen heeft het Drents Archief tussen 2010 en 2013 een transformatie ondergaan: het pand aan de Brink in Assen werd uitgebreid verbouwd en voorzien van de laatste technische snufjes; tegelijkertijd werd het platform Annodrenthe ontwikkeld, een (location based) storytelling platform. Gebruikers met een smartphone (Android, IOS) kunnen nu buiten routes met een erfgoedtwist lopen, terwijl groepen in de Studio van het Drents Archief een spel met een historisch tintje spelen op een touchscreen.

Fran Bambust (1965) treedt als communicatieconsulente op voor zowel overheden, instellingen als bedrijven rond maatschappelijke en culturele vraagstukken, maar is vooral gespecialiseerd in het bewegen van grote groepen. Ze zet hierbij vooral in op keuze-optimalisatie, een eigen methodiek die onlangs ook op Europees niveau werd geïntroduceerd.
Ze werkt bij CIBE communicatie, een bureau met meer dan 30 jaar ervaring in participatie en overheidscommunicatie.